Immunogeniciteit van fractionele subcutane booster vaccinatie tegen mpox: non-inferioriteit studie

Hoewel de mpox-incidentie in Nederland sinds de uitbraak in 2022 sterk is afgenomen, kunnen MPXV-infecties steeds opnieuw opduiken zoals blijkt uit verschillende gevallen van doorbraak- en herinfecties. MPXV verspreidt zich voornamelijk in een zeer mobiele en onderling sterk verbonden risicopopulatie (voornamelijk mannen die seks hebben met mannen (MSM) met vele seksuele contacten). Met de voortdurende kans op nieuwe introducties van MPXV is niets doen geen optie bij deze hoog-risico populatie met afnemende immuniteit. De relatieve bijdrage van vaccinatie aan de onderbreking van de uitbraak is niet volledig begrepen, maar het op peil houden van de immuniteit verkleint de kans op nieuwe uitbraken. De eerste studies tonen aan dat het MVA-BN-vaccin een lage immunogeniciteit tegen MPVX had. De antilichaamniveaus worden aanzienlijk verhoogd na toediening van een 3de injectie een jaar na de primaire vaccinatieserie.

Vraagstelling

Het hoofddoel van de studie is aan te tonen dat een subcutane (SC) boostervaccinatie met 1/5 dosis niet onderdoet voor de SC standaarddosis met betrekking tot inductie van vaccinia virus (VACV)-specifieke bindende antistoffen 14 dagen na vaccinatie.

Secundaire doelstellingen zijn het bepalen van:

  1. VACV- en MPXV-specifieke bindende en MPXV-neutraliserende antilichamen
  2. MPXV- en VACV-specifieke T-celresponsen op 0, 14 dagen en 6 maanden na booster
  3. de veiligheid van boostervaccinatie.

Aanpak

Het betreft een gerandomiseerde, gecontroleerde ‘non-inferiority’ studie. Gezonde volwassenen, geboren na 1974, die 2 doses MVA-BN kregen als onderdeel van de vaccinatiecampagne tegen mpox in 2022, worden uitgenodigd voor deelname. Deelnemers (N=220) worden 1:1 gerandomiseerd om een SC boostervaccinatie te ontvangen met 1/5 fractionele (0,1 ml) of standaarddosis (0,5 ml) MVA-BN-vaccin. Serummonsters worden verzameld op 0 en 14 dagen en 6 maanden na boostervaccinatie en VACV- en MPXV-bindende antilichamen worden bepaald.

Het gehalte aan VACV- en MPXV-bindende en MPXV-neutraliserende antilichamen wordt uitgedrukt als geometrische gemiddelde titers (GMT) met 2-zijdig 95% geometrisch betrouwbaarheidsinterval (95% CI). Voor de primaire eindpuntanalyse zal een non-inferioriteitsontwerp worden gebruikt met een marge van 33% voor het verschil in log-getransformeerde serumconcentraties van de VACV-specifieke bindende antilichamen 14 dagen na de fractionele en standaarddosis MVA-BN. Non-inferioriteit zal worden aangetoond als de ondergrens van het eenzijdige 97.5% CI voor het logverschil van de GMT tussen de fractionele dosis en de standaarddosis groepen kleiner is dan 33%. MPXV- en VACV-geïnduceerde T-celresponsen zullen per-protocol worden geanalyseerd in de subgroeppopulatie. De veiligheidsresultaten worden beoordeeld bij alle gerandomiseerde deelnemers die een boosterdosis MVA-BN-vaccin hebben gekregen. De veiligheidseindpunten worden gepresenteerd als tellingen en percentages.

Participanten

Hoofdaanvrager is prof. dr. Leo Visser, LUMC afdeling Infectieziekten. Mede-aanvragers zijn:

  • Erasmus MC afdeling Viroscience
    • Rory de Vries
    • Corine Geurts – van Kessel
    • Luca Zaeck
  • RIVM: Jorgen de Jonge
  • Awpg Lumens: Anja van der Schoor
  • GGD Haaglanden
    • Heinrich Brockhoff
    • Jean-Marie Brand
  • GGD Rotterdam-Rijnmond: Hannelore Gotz
  • GGD Hollands Midden: Candace Breman

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door subsidie vanuit de ZonMw call Infectieziektebestrijding 3 – tweede ronde.

Resultaten

De bevindingen van deze studie zullen beleidsmakers informeren over de vraag hoe immunogeen MVA-BN-boosterdoses zijn en of de boosterdosis kan worden toegediend in een lagere dosis dan nu wordt geadviseerd. Een lagere dosis zal minder bijwerkingen geven wat de vaccinatiebereidheid ten goede komt. 1/5 fractionele dosering betekent ook dat tot 5 keer meer mensen kunnen worden gevaccineerd met dezelfde voorraad. Dit is niet alleen relevant voor landen met een beperkte MVA-BN voorraad, maar voor ook Nederland waar nu een kwart van de noodvoorraad voor een eventuele pokkenuitbraak werd opgebruikt.

Samenvatting

Hoewel de incidentie van mpox sinds de uitbraak in 2022 sterk is afgenomen, blijft de dreiging van re-introductie van het monkey pox virus (MPXV) in Nederland bestaan, getuige verschillende meldingen van doorbraakinfecties eind 2022. De relatieve bijdrage van vaccinatie aan de onderbreking van de uitbraak is niet volledig begrepen. De eerste studies tonen aan dat het MVA-BN-vaccin een lage immunogeniciteit had, maar dat antilichaamniveaus aanzienlijk worden verhoogd als een derde injectie één jaar na de primaire vaccinatieserie wordt toegediend. Het doel van deze studie is aan te tonen dat een subcutane booster ook kan worden gegeven met 1/5 van de dosis en dat dit niet onderdoet voor de standaarddosis met betrekking tot de immunogeniciteit. Als deze fractionele dosering niet ondergeschikt blijkt te zijn aan de standaarddosis, kan een aanzienlijke dosisbesparing worden bereikt met minder bijwerkingen, wat essentieel kan zijn bij onderbreking van toekomstige mpox-uitbraken.

© 2024 awpg Lumens. Alle rechten voorbehouden / Disclaimer / Privacy / Realisatie: Lemon