ECOTIP: identifying tipping points of the effects of living environments on the ecosyndemics of lifestyle-related illness

Zonder ingrijpen zal 40% van de Nederlandse volwassen bevolking de komende tien jaar lijden aan een chronische niet-overdraagbare ziekte (NCD), zoals hart- en vaatziekten (HVZ), diabetes mellitus type 2 (DM2) of chronische nierziekte (CKD). Deze niet-overdraagbare ziekten delen verschillende leefstijlgerelateerde risicofactoren (zoals roken, ongezonde voeding, sedentair gedrag en middelenmisbruik) en komen onevenredig vaak voor in gemeenschappen en populaties die in achtergestelde buurten wonen.

Minder welvarende bevolkingsgroepen en buurten worden niet alleen vaker getroffen door clustering van niet-overdraagbare ziekten, maar hebben ook een hogere milieubelasting in hun woonwijken, zoals lucht- en geluidsvervuiling en beperkte groenvoorziening. Deze clustering van niet-overdraagbare ziekten (co- of multimorbiditeit) in een schadelijke omgevingscontext kan resulteren in een dubbele treffer met synergetische effecten en wordt ook wel “ecosyndemie” of ecosyndemic genoemd. D.w.z. ziekte-interacties die het gevolg zijn van door mensen veroorzaakte veranderingen in het milieu. Zie figuur.

De aandacht van het beleid en de gezondheidszorg is tot nu toe vooral gericht op individuele risicofactoren, wat de afgelopen tien jaar heeft geleid tot constante of zelfs toenemende gezondheidsverschillen. Over het algemeen is de levensverwachting van de bevolking toegenomen, maar niet van sommige kansarme groepen als gevolg van leefstijlfactoren en leefomgeving.

Veel potentieel effectieve interventies om de impact van ongunstige leefstijlfactoren tegen te gaan zijn echter niet geschikt voor reductie van een ecosyndemie. Doorgaans worden factoren afzonderlijk aangepakt in plaats van dat er gebruik wordt gemaakt van een systeembenadering. De implementatie van effectieve integrale interventies om de levensstijl en de leefomgeving te verbeteren ontbreken als gevolg van beleidssilo’s, concurrerende belangen, een onevenwichtige verdeling van middelen en een gebrek aan eigenaarschap.

De belangrijkste aannames om met dit project wél impact te bereiken zijn:

  • Het ontwarren van de onderliggende associaties en mechanismen die ervoor zorgen dat ecosyndemics ontstaan, levert het fundamenteel inzicht op dat nodig is om lokaal geoptimaliseerde preventieve strategieën te ontwikkelen.
  • Het vergroten van de veerkracht vermindert de sociaal-economische ongelijkheid en gaat ecosyndemics tegen.
  • De huidige interventies voor multimorbiditeit zijn grotendeels ineffectief en negeren de complexe interacties/wederzijdse afhankelijkheid tussen up- en downstream sociale determinanten van gezondheid en gedrag.
  • De heersende professionele culturen en systemen op het gebied van interprofessioneel leren en samenwerken zijn onvoldoende om domeinoverschrijdende interventies en programma’s te implementeren om de levensstijl en de leefomgeving te verbeteren.
  • Interprofessionele en interdisciplinaire samenwerking en leren verandert bestaande paradigma’s.
  • Decentralisatie van bestuur kan de lokale context in interventies weerspiegelen, maar alleen als er voldoende personeel en middelen zijn.
  • Het identificeren van lacunes in expertise en capaciteit zal het opstellen van een haalbare implementatiestrategie mogelijk maken en lokale beleidsmakers informeren over hoe zij de (lokale) capaciteit kunnen opbouwen die nodig is voor effectieve preventie.

Dit vertaalt zich tot het volgende onderzoeksdoel:

  • kantelpunten identificeren waar de weerbaarheid van de bevolking ten opzichte van een ongunstige leefomgeving achteruitgaat en zich ontwikkelt tot een ecosyndemie.
  • de optimale condities en het moment vast te stellen voor effectieve interventies vanuit het perspectief van beleidsmakers, zorgprofessionals en burgers.

Vraagstelling

  1. Gemeenschappen met hoge en lage clustering van niet-overdraagbare ziekten identificeren en karakteriseren.
  2. De omslagpunten waarop ecosyndemics plaatsvinden ontrafelen en de mechanismen ervan begrijpen.
  3. Het co-creëren van een faciliterende omgeving in drie verschillende fieldlabs om beleidsmakers en zorgprofessionals en communities te empoweren om op het juiste moment en op de juiste manier te handelen om de impact van een negatieve omgevingscontext te verminderen.
  4. Het stimuleren van wederzijds leren en intersectorale samenwerking met betrekking tot de preventie van ecosyndemische processen en de rol van data en burgers daarin.

Aanpak

Het project bestaat uit 4 werkpakketten. Zie figuur hieronder.

Werkpakketten 1 en 2 (WP1 en WP2) zullen de ruggengraat vormen voor dit project. Door alle beschikbare bronnen te analyseren wordt de mate van ecosyndemics in kaart gebracht en hoe dit zich verhoudt tot omslagpunten van veerkracht (tipping points of resilience). Er wordt gebruik gemaakt van twee unieke data-infrastructuren: de infrastructuur van het Geoscience and Health Cohort Consortium (GECCO) en het ELAN-GGDH en PHDNL datawarehouse.

De resultaten van WP1 (geclusterde ecosyndemics en veerkrachtindicatoren) en WP2 (omslagpunten van veerkracht naar ecosyndemics) worden gebruikt door beleidsmakers, zorgprofessionals en burgers in drie fieldlabs om oplossingen te bestuderen, ontwikkelen en testen om de levensstijl en leefomgeving te verbeteren (WP3). Om synergie te creëren, innovatie te begeleiden en samenwerking en capaciteitsopbouw te stimuleren, zal er een overkoepelende leergemeenschap worden opgezet. Dit in nauwe samenwerking met de fieldlab leiders om op deze manier hun inzichten en ervaringen onderling te delen (WP4.1 en 4.2).

Participanten

Hoofdaanvrager: prof. dr. Jessica Kiefte – de Jong, LUMC.

Het consortium bestaat uit LUMC, Erasmus MC, Rijksuniversiteit Groningen, UMC Groningen, UMC Utrecht, Haagse Hogeschool en Hogeschool Leiden.

LUMC, de Haagse Hogeschool, Hogeschool Leiden en IVO, met Prof. Dr. Jet Bussemaker als hoofdaanvrager, in samenwerking met een brede groep partijen, waaronder GGD Haaglanden, GGD Hollands Midden, gemeenten Den Haag en Leiden, verzekeraars Menzis en Zorg en Zekerheid, welzijnsorganisaties SOL en Incluzio, landelijke organisaties als Pharos, Divosa en RVS, en internationale partners in de USA en UK.

Dit project ontvangt subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) binnen de Nationale Wetenschapsagenda (NWA), programma Onderzoek op Routes door Consortia 2022 (NWA.1518.22.151).

Resultaten

Deze volgen tzt.

Samenvatting

Een ecosyndemic wordt gekenmerkt door ongunstige ziekte-interacties die het gevolg zijn van een ongezonde leefomgeving. Ons doel is om kantelpunten te identificeren waar de weerbaarheid van de bevolking ten opzichte van een ongunstige leefomgeving achteruitgaat en zich ontwikkelt tot een ecosyndemic, en om de optimale condities en het moment vast te stellen voor effectieve interventies vanuit het perspectief van beleidsmakers, zorgprofessionals en burgers.

Dit doen we door geavanceerde data-analyse van historische gegevens over indicatoren van de leefomgeving en weerbaarheid, en deze bevindingen te vertalen in haalbare maatregelen voor beleidsmakers, zorgprofessionals en burgers, in samenwerking met leernetwerk van belanghebbenden.

© 2024 awpg Lumens. Alle rechten voorbehouden / Disclaimer / Privacy / Realisatie: Lemon